Een matras waarvan je zelf de stevigheid kunt veranderen klinkt bijna ideaal. Is het te hard? Dan verander je een laag. Is het te zacht? Dan maak je het steviger.
Dat heeft duidelijke voordelen. Mensen verschillen immers enorm in gewicht, lichaamsbouw, slaaphouding en persoonlijke voorkeur. Het is daarom niet logisch om te verwachten dat precies hetzelfde matras voor iedereen even goed werkt.
Toch zit er ook een technische kant aan het verhaal.
Bij sommige aanpasbare matrassen bestaat de kern uit verschillende losse schuimlagen die je zelf kunt omwisselen. De suggestie is dan soms dat vrijwel iedere volgorde mogelijk is.
Daar zou ik voorzichtig mee zijn.
Een matras is namelijk niet zomaar een stapel schuim. De verschillende lagen hebben ieder een functie en moeten met elkaar samenwerken.
Een belangrijk principe daarbij is een progressieve matrasopbouw.
Wat betekent progressieve ondersteuning?
Progressief betekent eenvoudig gezegd: hoe verder het matras wordt ingedrukt, hoe meer weerstand het uiteindelijk biedt.
Stel je voor dat je met je hand langzaam op een goed opgebouwd matras drukt.
In het begin moet het matras gemakkelijk meegeven. Dat zorgt voor het eerste gevoel van comfort en geeft uitstekende lichaamsdelen, zoals schouders en heupen, ruimte om enigszins in het matras weg te zakken.
Druk je verder, dan moet de ondersteuning geleidelijk toenemen.
Uiteindelijk moet worden voorkomen dat het lichaam te diep wegzakt.
Dat is het principe van progressieve ondersteuning: zacht waar het kan, steeds meer ondersteuning wanneer dat nodig wordt.
Waarom is dat prettig?
Comfort en ondersteuning lijken soms tegenstellingen, maar dat hoeven ze helemaal niet te zijn.
Een matras kan aan de bovenkant aangenaam zacht aanvoelen en tegelijkertijd dieper in de constructie behoorlijk stevig zijn.
Dat is juist het interessante van een goed opgebouwde matras.
De bovenste lagen zijn vooral verantwoordelijk voor het eerste comfort en de drukverdeling. De diepere lagen krijgen steeds meer een dragende en stabiliserende functie.
Vergelijk het met een vering die aanvankelijk gemakkelijk beweegt, maar steeds meer weerstand geeft naarmate hij verder wordt ingedrukt.
Zo voorkom je twee uitersten.

Drukmeting: links een hard matras met drukpieken bij schouders en bekken, rechts een drukverlagend matras.
Een matras dat vanaf het eerste contact heel veel weerstand geeft, kan hard en oncomfortabel aanvoelen. Maar een matras dat steeds gemakkelijk blijft meegeven, kan onvoldoende steun bieden wanneer het lichaam dieper wegzakt.
Hoe kan een progressief matras worden opgebouwd?
Bij een meerlaags schuimmatras kan de opbouw er bijvoorbeeld zo uitzien:
Bovenaan zit een soepele tijk die zo min mogelijk spanning veroorzaakt. Daaronder kan een relatief zachte comfortlaag liggen. De volgende laag biedt iets meer weerstand en daaronder bevindt zich een steviger dragende kern.

Je gaat dus grofweg van soepel en comfortabel bovenin naar steeds meer stabiliteit dieper in het matras.
Dat betekent overigens niet dat iedere goede matras letterlijk uit drie of vier schuimplaten van oplopende hardheid moet bestaan.
Progressief gedrag kan op verschillende manieren worden bereikt. De schuimsoort, dichtheid, celstructuur, hardheid, dikte, profilering en combinatie van materialen hebben allemaal invloed op hoe een matras reageert.
Daarom kun je de kwaliteit van een matras niet beoordelen door alleen naar de hardheid van afzonderlijke lagen te kijken.
En dan komen we bij het aanpasbare matras
Een aanpasbaar matras kan een groot voordeel hebben.
Wanneer de verschillende lagen los in de matrashoes liggen, kunnen bepaalde onderdelen worden verwisseld of anders worden gecombineerd.
Daardoor kan de stevigheid achteraf worden aangepast.
Dat vind ik technisch gezien een interessant principe. Je koopt immers een matras voordat je er wekenlang op hebt geslapen. Zelfs na uitgebreid proefliggen kan thuis blijken dat je toch iets meer of minder ondersteuning prettig vindt.
Bij een volledig verlijmd matras kun je daar weinig aan veranderen.
Bij een modulair matras soms wel.
Maar kun je de lagen zomaar in iedere volgorde leggen?
Hier ontstaat wat mij betreft het belangrijkste misverstand.
Stel dat een matras uit drie schuimlagen bestaat:
- een zachte laag;
- een medium laag;
- een stevige laag.
De meest voor de hand liggende progressieve opbouw is dan:
zacht → medium → stevig.
Maar wanneer alle lagen verwisselbaar zijn, zou je ook kunnen kiezen voor:
stevig → zacht → medium.
Of:
medium → stevig → zacht.
Het matras voelt daardoor inderdaad anders.
Maar anders betekent niet automatisch ergonomisch beter.
Door de lagen willekeurig te verwisselen, verander je namelijk niet alleen de hardheid. Je verandert ook de manier waarop krachten door het matras worden opgevangen en verdeeld.
Dat is een belangrijk verschil.
Zachter maken is meer dan een zachte laag bovenop leggen
Hetzelfde geldt wanneer iemand een matras te hard vindt.
De eenvoudige gedachte is: leg de zachtste laag bovenop en het probleem is opgelost.
Voor het eerste gevoel kan dat inderdaad werken. Maar uiteindelijk moet ook worden gekeken wat er gebeurt wanneer schouder, heup en bekken verder in het matras zakken.
Een goed matras moet niet alleen de eerste paar centimeters comfortabel zijn. Het moet over de volledige indrukdiepte blijven functioneren.

Daarom kijk ik liever naar het gedrag van de totale constructie dan alleen naar de hardheid van de bovenste laag.
Waarom een aanpasbaar matras tóch een groot voordeel kan zijn
Dat betekent zeker niet dat ik tegen aanpasbare matrassen ben. Integendeel.
Het modulaire principe heeft een aantal interessante voordelen.
Ten eerste kan de stevigheid achteraf worden aangepast. Dat is praktisch wanneer het matras thuis anders blijkt aan te voelen dan tijdens het proefliggen.
Ten tweede kan een afzonderlijke laag soms worden vervangen zonder dat het complete matras vervangen hoeft te worden.
Ten derde hoeven losse lagen niet noodzakelijk volledig over het hele oppervlak aan elkaar verlijmd te worden. Dat kan interessant zijn voor demontage, vervanging en afhankelijk van de constructie ook voor ventilatie.
En misschien wel het belangrijkste voordeel: een goed ontworpen modulair systeem kan worden aangepast terwijl de technisch bedoelde opbouw behouden blijft.
Dat laatste maakt voor mij het verschil.
Aanpasbaar betekent niet dat alles moet kunnen
Een goed aanpasbaar matras hoeft dus niet twintig verschillende combinaties mogelijk te maken.
Sterker nog: ik zou liever een systeem zien met een beperkt aantal technisch logische instellingen dan een matras waarbij de consument iedere schuimplaat willekeurig kan neerleggen.
Bijvoorbeeld:
zachter: zachte comfortlaag + medium tussenlaag + stevige ondersteuning.
steviger: iets stevigere comfortlaag + stevigere tussenlaag + stevige ondersteuning.
In beide gevallen blijft het basisprincipe hetzelfde: comfortabel aan de oppervlakte en voldoende draagkracht daaronder.
Je verandert dan de stevigheid zonder de complete werking van het matras om te draaien.
Waarom bestaat er geen matras dat voor iedereen goed is?
Omdat lichamen verschillen.
Iemand van 55 kilogram belast een matras totaal anders dan iemand van 110 kilogram.
Ook lichaamsbouw speelt een grote rol. Een zijslaper met brede schouders heeft bijvoorbeeld andere eisen dan iemand met relatief smalle schouders en brede heupen.
Daar komen persoonlijke voorkeur, leeftijd, slaaphouding en eventuele gevoeligheid voor druk nog bij.
Daarom ben ik terughoudend met de gedachte dat één universele matrasstevigheid voor vrijwel iedereen optimaal zou zijn.
Een matras kan natuurlijk zo worden ontwikkeld dat een grote groep mensen er comfortabel op ligt. Maar dat is iets anders dan zeggen dat één constructie voor ieder lichaam de beste ondersteuning biedt.
Gewicht is belangrijk, maar niet het enige
Vaak wordt gezegd: een licht persoon heeft een zacht matras nodig en een zwaar persoon een stevig matras.
Als algemene richting zit daar logica in, omdat een zwaarder lichaam het materiaal verder indrukt.
Maar ook dit is geen vaste regel.
Een zwaar persoon met brede schouders kan bijvoorbeeld behoorlijk veel ruimte nodig hebben bij de schouderzone. Een lichter persoon kan juist de voorkeur geven aan een relatief stevig liggevoel.
Daarom moet een matras nooit uitsluitend op lichaamsgewicht worden gekozen.
Het gaat om de combinatie van gewicht, lichaamsvorm, slaaphouding, drukverdeling, ondersteuning en persoonlijke voorkeur.
De bedbodem hoort bij het totale systeem
Ook de ondergrond speelt mee.
Een matras ligt uiteindelijk niet in de lucht. De bedbodem vormt de onderste ondersteuning van het slaapsysteem.
Bij een stevige bodem zal het matras zelf een groter deel van de vering en drukverdeling moeten verzorgen. Een flexibele latten- of schotelbodem kan juist actief meebewegen en daarmee het totale liggevoel beïnvloeden.
Daarom kun je de werking van een matras eigenlijk niet volledig los zien van de bodem waarop het ligt.
De combinatie moet kloppen.
Is progressieve ondersteuning het belangrijkste van een matras?
Ik vind het een belangrijk constructieprincipe, maar het zou te gemakkelijk zijn om te zeggen dat ieder progressief matras goed is en ieder niet-progressief matras slecht.
Een goed matras moet meer doen.
Het moet druk op een comfortabele manier verdelen, het lichaam voldoende ondersteunen, gemakkelijk bewegen mogelijk maken, warmte en vocht voldoende kunnen afvoeren en gedurende de nacht stabiel blijven functioneren.
Progressieve weerstand kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
Vooral de combinatie vind ik interessant: comfort aan de oppervlakte en toenemende ondersteuning naarmate het lichaam verder in het matras komt.
Mijn conclusie over aanpasbare matrassen
Een aanpasbaar matras kan een uitstekend idee zijn, maar alleen het feit dat je lagen kunt verwisselen maakt een matras nog niet beter.
De echte kwaliteit zit in de manier waarop die lagen samenwerken.
Ik zie daarom een groot verschil tussen een matras waarbij schuimplaten min of meer willekeurig kunnen worden gestapeld en een modulair matras waarbij verschillende stevigheden mogelijk zijn terwijl de technische opbouw logisch blijft.
Dat laatste heeft duidelijke voordelen.
Je kunt het matras beter aanpassen aan het lichaam, achteraf corrigeren wanneer de gekozen stevigheid niet helemaal goed blijkt te zijn en in sommige constructies afzonderlijke onderdelen vervangen.
Maar het uitgangspunt moet niet zijn: hoe meer combinaties, hoe beter.
Het uitgangspunt zou moeten zijn: hoe kunnen we het matras aanpassen aan verschillende mensen zonder de logische werking van het matras verloren te laten gaan?
Dat is uiteindelijk waar een goed aanpasbaar matras wat mij betreft om draait.